Deelonderzoek 3 - Gezonde verpleegkundige werkomgeving

In deze deelstudie doen Catharina van Oostveen, Hester Vermeulen en promovenda Julia van Kraaij onderzoek naar de effectiviteit van gedifferentieerd werken op personele en patiëntenuitkomsten. Ook bekijken ze welke rol de werkomgeving van verpleegkundigen speelt bij het realiseren van gedifferentieerd werken. Dit moet kennis opleveren over de optimale functiemix en de omgeving waarin verpleegkundigen graag willen werken en goede zorg kunnen leveren. De FD Tool is een instrument waarmee ziekenhuizen inzicht krijgen in de effecten van gedifferentieerd werken, en vormt een belangrijke databron. 

Catharina van Oostveen

Catharina van Oostveen houdt zich sinds het begin van haar carrière bezig met het optimaliseren van de verpleegkundige zorg. Eerst als verpleegkundige en daarna ook tijdens haar promotietraject, waar ze zich specialiseerde in diverse modellen voor het afstemmen van zorgvraag en aanbod, de werkomgeving van verpleegkundigen en leiderschap. Van Oostveen is senior adviseur en Principal Investigator in het Spaarne Gasthuis en als universitair docent bij de Erasmus School of Health Policy & Management. Als bestuurder is ze actief bij de beroepsvereniging V&VN en de vereniging voor Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STZ).

Hester Vermeulen

Hester Vermeulen is hoogleraar Verplegingswetenschap aan de Radboud Universiteit en het RadboudUMC in Nijmegen en voorzitter van de RN2Blend-onderzoeksgroep. Vermeulen is verpleegkundige en klinisch epidemioloog. Verder is zij onder meer plaatsvervangend directeur van de Master-opleiding Kwaliteit en veiligheid van de NFU, voorzitter van het Wetenschappelijk College Verpleegkunde bij V&VN en lid van de Centrale Commissie Mensgebonden onderzoek bij het ministerie van VWS. Ook is Vermeulen verbonden aan verschillende commissies van ZonMw, en namens V&VN aan grote programma's waaronder Uitkomstgerichte zorg en Zorg Evaluatie en Gepast Gebruikt (ZE&GG).

Julia van Kraaij
Julia van Kraaij rondde in 2015 de opleiding tot hbo-verpleegkundige af. Daarnaast is ze (bijna) bedrijfskundige en in het bezit van een masterdiploma in Communication, Health, and Life Sciences. Sinds eind 2019 is zij verbonden als promovenda aan RN2Blend vanuit het Radboudumc, afdeling IQ Healthcare.

RN2Blend TV: Recept voor een gezonde werkomgeving

Wat is het recept voor een gezonde werkomgeving voor verpleegkundigen? Over die vraag bogen onderzoekers Catharina van Oostveen en Julia van Kraaij zich op 8 december 2020 tijdens de vijfde aflevering van RN2Blend TV. 

 

 

Q&A - Recept voor een gezonde werkomgeving

Wat beschouwen jullie als gezond (in het kader van de werkomgeving)?

Een gezonde werkomgeving is een werkomgeving die leidt tot goede uitkomsten voor zowel medewerkers als patiënten. Verschillende factoren zijn van invloed op hoe ‘gezond’ de werkomgeving is. Hebben verpleegkundigen de ruimte om zich te ontwikkelen? Hebben zij invloed op de manier waarop ze hun vak vormgeven? Is er een cultuur van continu leren en verbeteren? Werken verpleegkundigen samen met voldoende goedopgeleide collega’s en verloopt de samenwerking met andere disciplines goed? Investeren in een gezonde werkomgeving zorgt ervoor dat verpleegkundigen met plezier hun werk kunnen doen en minder vaak het vak verlaten. En de kwaliteit van zorg voor de patiënt gaat erdoor omhoog.

Hoe kom je als verpleegkundige op voor een gezonde(re) werkomgeving?

Elke verpleegkundige kan het initiatief nemen om de eigen werkomgeving te verbeteren. Dit heeft alles te maken met verpleegkundig leiderschap. In het boek Verpleegkundig leiderschap van Hester Vermeulen et al. gaat verpleegkundig leiderschap over het "samen met collega’s van eigen en andere disciplines én met patiënten en familie werken aan waardevolle zorg, passend bij de situatie. Verpleegkundig leiderschap hoort bij het dagelijks werk, waarbij verpleegkundigen invloed uitoefenen op zowel de zorg dichtbij de patiënt als de strategische richting van de zorgorganisatie en daarbuiten". 

Verpleegkundigen kunnen leiderschap inzetten om verbeteringen te initiëren, bijvoorbeeld door eerst de eigen werkomgeving te analyseren en vervolgens interventies in te zetten. Of het initiatief te nemen om met hun leidinggevende in gesprek te gaan over verbeteringen en collega’s hierin mee te nemen. 

Is de manier waarop verpleegkundigen met elkaar omgaan ook onderdeel van de werkomgeving?

Hoe teamleden met elkaar omgaan valt onder de sociale kant van de werkomgeving. Daarbij hoort ook de cultuur op een afdeling. Hoe verloopt de samenwerking, is er sprake van een teamgevoel? Is er een cultuur waarin verpleegkundigen op een prettige manier feedback aan elkaar geven, of voelen ze zich niet veilig om dit te doen? 

Hoe maak ik tijd vrij voor andere zaken naast de directe patiëntenzorg, zoals me laten informeren over strategische ontwikkelingen en werken aan kwaliteitsverbetering?

Op de hoogte blijven van strategische ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie kan op verschillende manieren. Het hoeft niet veel tijd te kosten. Verpleegkundigen kunnen zich bijvoorbeeld abonneren op nieuwsbrieven en vaktijdschriften en lid worden van de beroepsvereniging V&VN. Ze kunnen hun leidinggevenden bevragen over strategische doelstellingen van de organisatie en VAR-bijeenkomsten bijwonen. Leidinggevenden hebben hierin ook een belangrijke rol, door informatie over strategische ontwikkelingen te delen op de afdeling. Nog niet overal is een cultuur waarin dit standaard gebeurt. Terwijl je door verpleegkundigen te betrekken belangrijke input kunt ophalen en eerder draagvlak creëert voor veranderingen in de organisatie.

Ook voor kwaliteitsverbetering zou tijd en ruimte moeten zijn op de afdelingen waar verpleegkundigen werken. Dit kost tijd die niet aan de directe patiëntenzorg besteed kan worden. Maar het is een investering: werken aan kwaliteitsverbetering levert uiteindelijk doelmatigere zorg op. 

Hoe kan het dat verpleegkundigen vaak positiever zijn over de eigen werkomgeving dan uit onderzoek naar voren komt?

Als mensen vragenlijsten invullen over de eigen werkomgeving komt daar vaak een positiever beeld uit naar voren dan wanneer buitenstaanders (bijvoorbeeld onderzoekers) naar diezelfde werkomgeving kijken. Dit komt doordat iedereen zijn eigen normen hanteert en niet altijd weet hoe het anders of beter kan. Door het delen van goede voorbeelden kunnen mensen de eigen situatie vergelijken met die van een ander. Dat kan inzichten opleveren over wat ze in de eigen werkomgeving kunnen verbeteren.

Wat is de rol van de (steeds mondigere) patiënt en diens naasten in de werkomgeving van verpleegkundigen?

De wensen en behoeften van patiënten hebben invloed op verpleegkundig werk. Ze bepalen hoe verpleegkundigen hun werk kunnen uitvoeren. Patiënten zijn de laatste jaren mondiger geworden, hebben complexere ziektebeelden en ingewikkeldere behandelingen nodig. Dat vraagt andere competenties van verpleegkundigen, zoals klinisch redeneren en coachingsvaardigheden om de patiënt te leren met de ziekte om te gaan en eigen regie te pakken. 

Heeft de medisch specialist, als belangrijke samenwerkingspartner van verpleegkundigen, ook een rol bij het creëren van een gezonde werkomgeving voor verpleegkundigen?

Binnen ons deelonderzoek maken we door middel van actieonderzoek straks de vertaalslag met de praktijk. Samen met de afdelingen willen we een omgeving realiseren waarin verpleegkundigen graag werken en goede zorg kunnen leveren. Bij het creëren van een gezonde werkomgeving in de ziekenhuizen is het van belang om alle disciplines te betrekken. In welke mate je anderen betrekt hangt af van de focus van een project. Als er bijvoorbeeld problemen zijn rondom de samenwerking tussen verpleegkundigen en medisch specialisten, is dat iets om in gezamenlijkheid aan te pakken. Samenwerking beperkt zich niet tot afdelingsniveau. Verpleegkundigen en artsen zitten tegenwoordig ook samen aan de bestuurstafel. Als de samenwerking goed is, biedt dat kansen voor het verbeteren van de kwaliteit van zorg.

Een vraag of suggestie?

Heb je vragen over dit deelonderzoek of wil je in contact komen met de onderzoekers?